Stichting Zelfbeschikking 
Molukkers en Papoea's

Recensie geschreven door Aad kamsteeg

Waarom en hoe Amerika de Papoea's verraadde

Recent las ik twee boeken over wat ik nu maar de zaak West-Papua noem. Historicus en auteur Gerard Aalders schreef Nieuw-Guinea Verraden, met als al even veelzeggende ondertitel Een volk als prooi van Amerikaanse multinationals, geopolitiek en de CIA. Van oudere datum (2003) is de Engelstalige biografie van Howard B. Schaffer Ellsworth Bunker, global troubleshooter, Vietnam hawk. Dat laatste boek wilde ik vooral hebben omdat er ook een hoofdstuk in staat over de rol die de Amerikaanse topdiplomaat in 1962 speelde als ‘bemiddelaar’ tussen Nederland en Indonesië, leidend tot Het Akkoord van New York.


Amerika’s belang voorop
In zekere zin sluiten Aalders en Schaffer op elkaar aan. De eerste drie hoofdstukken van Nieuw-Guinea Verraden gaan hoogstens indirect over de Papoea’s. De hoofdstelling van het boek staat centraal: Zelfbeschikkingsrecht was voor Amerikaanse regeringen een mooie leus, maar geopolitiek en verstrengeling met de belangen van multinationals waren veel belangrijker. Wat dat betreft maakt Aalders duidelijk dat het drama voor de Papoea’s geen incident was, maar onderdeel van het ook elders door de Verenigde Staten toegepaste patroon.

Geen wonder dat uit de biografie over Bunker blijkt dat de uitkomst van diens optreden al bij voorbaat vaststond. Schaffer constateert dat de door president Kennedy benoemde diplomaat minister Joseph Luns en diens onderhandelaar Herman Van Roijen steeds met fait accomplis confronteerde. Aan de Amerikaanse doelstelling was hoogstens in de marge nog iets te veranderen. Indonesië moest Nieuw-Guinea krijgen, anders zouden de Amerikaanse belangen in Zuidoost-Azië worden geschaad. Probleem voor Bunker was nog wel hoe die doelstelling gecombineerd kon worden met de overweging dat NAVO-bondgenoot Nederland ook weer niet teveel gezichtsverlies mocht lijden. Vandaar dat toen Soekarno enkele malen zijn hand overspeelde door in het zicht op de overwinning nog eens extra slagen te willen uitdelen, hij door Kennedy werd teruggefloten. 

Maar Soekarno kreeg zijn zin toen hij eiste dat bestuursoverdracht aan Indonesië zou plaatsvinden ruim voordat de Papoea’s zich zouden mogen uitspreken. Hij kreeg zijn zin toen hij de rol van VN-controleurs wilde terugdringen en de mogelijkheid wilde scheppen de ‘daad van vrije keuze’ op zijn eigen manier te regelen.
Mocht Bunker, die als ambassadeur in Saigon volhardend achter het zelfbeschikkingsrecht van de Zuid-Vietnam bleef staan, trots zijn op zijn rol met betrekking tot Nieuw-Guinea? Oorlog tussen Nederland en Indonesië werd voorkomen. Amerikaanse belangen werden gediend. Maar, zoals Aalders zegt, Nieuw-Guinea werd verraden. Met alle voor de Papoea’s tragische gevolgen van dien.


Multinational Freeport
Het meest interessante van Aalders boek – maar tenslotte ben ik geen volslagen leek waar het de geschiedenis van Papoea’s betreft – lijkt me zijn antwoord op een vraag die ook P.J. Drooglever in Een Daad van Vrije Keuze stelt (overigens zonder er nader op in te gaan): In hoeverre hebben de gegevens over rijke ertsvoorraden op Nieuw-Guinea de Amerikaanse besluitvorming beïnvloed? 

Voor Aalders is dat geen vraag meer. Afgezien van gebleven onzekerheid over Kennedy’s (en Soekarno’s) persoonlijke kennis over zoveel goud- en koper op Nieuw-Guinea toont Aalders aan dat de Amerikaanse buitenlandse politiek sinds president Eisenhower (1953-1961) sterk op de belangen van het eigen bedrijfsleven is georiënteerd.
Het ging er de Amerikanen in de jaren zestig om in Indonesië een voorspelbaar betrouwbare regering te hebben. Wat dat betreft werd wantrouwend naar de met ‘links’ flirtende Soekarno gekeken. Dan hadden bijvoorbeeld de gebroeders Dulles – Foster D. op buitenlandse zaken en Allen D. als chef-CIA - het Indonesische leger hoger zitten. Toen de strijdkrachten via een ongekend bloedbad in 1965 generaal Soeharto aan de macht brachten, kregen de multinationals dan ook vrij spel. Wat is de Amerikaanse rol geweest?


Zelfbeschikking gelegenheidsargument?
Multinational Freeport onderhield nauwe banden met Washington. Al in april 1967 ondertekende het bedrijf een overeenkomst met Jakarta over de ertswinning op de Papoease Ertsberg (en later de Grasberg). Alsof de Papoea’s helemaal geen toezegging was gedaan over een daad van vrije keuze om de Indonesiërs in 1969 eventueel alsnog de deur te wijzen.
Aalders vindt het merkwaardig dat in Luns’ strijd voor de Papoea’s meespelende economische belangen niet of nauwelijks werden genoemd. De auteur is niet de enige die Luns ervan verdenkt zelfbeschikking min of meer als gelegenheidsargument te hebben gebruikt. Ging het hem eerder om het behouden van Nederlandse invloed in Zuidoost-Azië? Ik ben niet overtuigd, ook niet omdat zelfbeschikking van cultureel te onderscheiden volken toch ook in de Derde Wereld hoog aangeschreven stond.

Nieuw voor mij is dat Aalders meldt dat de moreel sterke VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld voornemens was plannen om de door hem bepleite onafhankelijkheid van de Papoea’s in de Algemene Vergadering van de VN te brengen. Zijn nog altijd mysterieus gebleven dodelijke vliegtuig’ongeluk’ in 1961 heeft dat voorkomen. In zijn boek – de titel zegt het al – kiest Aalders duidelijk partij. Prins Bernhard, die vanwege het bedrijfsleven dwars tegen het Nederlandse beleid inging, komt er slecht van af. De laatste twee hoofdstukken zijn dramatisch. Nooit werden de Papoea’s - toch de eerst betrokkenen - gehoord. Terwijl hun zelfbeschikking was beloofd, kwamen ze onder een onbarmhartig wrede kolonisator terecht. Zij werden de grote verliezers van een stuk geschiedenis dat Nederland bewust aan het vergeten is.


Howard B. Schaffer: Ellsworth Bunker, global troubleshooter, Vietnam hawk, The University of North Carolina Press, 2003 hardcover 30 blz., (te verkrijgen via o.a. Amazon).
Geraqrd Aalbers: Nieuw-Guinea verraden, een volk als prooi van Amerikaanse multinationls, geopolitiek en de CIA, Uitg. Just publishers, 2026, paperback 370 blz., € 24,99